100_3026 - kopie

Gedicht voor de opening van de tentoonstelling ‘kant’
op 1 augustus 2018

Kant

De welvarende koopman
geeft een grote opdracht
voor de belangrijkste dag van zijn leven
als hij in het huwelijk treedt
met de rijke erfgename, die hij bemint
het goedgekeurde ontwerp ligt vast,
de uitvoering in geoefende handen
voor een kraag voor zijn bruiloft
een kraag van witte kant
fijne draden vormen een kunstig patroon
van bloemen en ranken en trossen
houten klosjes vliegen ijverig over een kussen
heen en weer, heen en weer,
tikken vrolijk de melodie
van plezier dat in het verschiet ligt
op de zwarte jas, die de koopman zal dragen,
licht de kraag als op als bijzonder sieraad
kostbaarder nog dan goud
kant, onovertroffen in schoonheid
 
en nu, eeuwen later,
kijkt een gefortuneerde jonge man
met de kalme blik, die rijkdom geeft,
de beschouwer aan
zijn portret geschilderd door Rembrandt van Rijn.

Ingrid de Vos-Hommel, juni 2018

 

Gedicht voor de opening van de tentoonstelling ‘de glans van damast’
op 2 september 2017

De glans van damast

Markant baken
klokgevel van het Bussemakerhuis,
museum, plaats van bewaarde herinneringen,
schatten uit de historie.
De deur staat gastvrij open,
nodigt de bezoeker uit,
een koele gang lokt,
statiekamers links en rechts
toen woning van de fabrikant
werkruimte voor handel,
nu plaats van kostbaarheden
tentoongesteld om te verrassen
in de tuinkamer de feesttafel gedekt,
oud servies, zilver, kristallen glazen op glanzend damast,
kostbare stof met ingeweven patronen,
oplichtend in de schijn van brandende kaarsen
aan de wand een gouden kleed
ter ere van een koningin,
decoratief, kalanderd en gemangeld
een lust voor’t oog.
Zijden damast uit Damascus
oude weefkunst uit het Oosten,
voorbeeld voor Vlaamse en Hollandse wevers,
vaklieden weefden met duurzaam linnen en katoen
kunstwerken voor veelvuldig gebruik
die ’t licht van elke dag weerkaatsten.
De heer Bussemaker zou trots zijn
als hij wist van de tentoonstelling

de glans van damast

Ingrid de Vos-Hommel, september 2017

Spinrag

Tussen hoog onkruid
langs het smalle pad
witte spinnenwebben

tere, kwetsbare weefsels
vochtig door de ochtendnevel

roerloos wacht de spin
in haar web
op een prooi

het stralende licht van juli
is veranderd,
matter, gedempter

dagen worden korter, kouder ook
herfstweer kondigt zich aan

onrust in gevallen bladeren,
de zomer verwaait.

Ingrid de Vos-Hommel, september 2017

Embedded

Het landschap van mijn kinderjaren ligt uitgestrekt in mij
de heuvels, glooiingen, de dalen,
deel van mij

de gouden akkers golven in mijn dromen
papaver rood en korenbloem
de kleuren zijn van ver gekomen

de sterke geuren, warme klanken,
zoals mijn moeder sprak,
doorweven zoele zomerdagen
gaan mee door elke dag

Ingrid de Vos-Hommel, september 2017

Een vrouw

Mijn zomer met George is onvergetelijk,
het zijn lange dagen, korte nachten,
we praten over alles, ons geluk.
Zelfs over Sara en de deur.

Het is ons grapje en we lachen.
We zijn de hoeders van het huis,
en Sara mag niet binnenkomen.
We lachen veel.

Ik zei nog: wat een mooie zondag
en jij zei: Sara is het, ik ga weg.
De lach bevroor op mijn gezicht,
en langzaam neem ik afscheid.

Het zijn lange dagen waarin ik de zin herhaal,
het perpetuum mobile begon te draaien in mijn hoofd,
mijn man had nog een vrouw, een vrouw, nog een vrouw,
mijn man had nog een vrouw,
en het is Sara.

Ingrid de Vos-Hommel, mei 2017

Nachtrivier

Op de donkere nachtrivier
varen bonte bootjes voorbij

woorden dartelen en draaien op het dek,
wuiven en wenken,
tonen al hun glans,
klank en kleur,
diepte en schoonheid

ze roepen mij toe om te kiezen
manen mij niet te dralen,
verdwijnen in de lichte ochtendnevel
die over de wateren hangt

als de zon opgaat
blijft een vage herinnering
aan het uitdagende geflirt en gedraai
van woorden en zinnen
op de vrolijke bootjes van de nachtrivier

 Ingrid de Vos-Hommel, januari 2017

Alles is dichtbij

In de donkere wouden
hurkt de nacht
luistert

iemand is gestorven,
zegt mijn moeder
als de steenuil roept

alles is mogelijk en dichtbij
in de tuin van de pastorie
in het duister

op de aardbeibedden
kruipen ´s nachts bruine slakken
onhoorbaar tussen de planten

als de zon opkomt
glijden ze naar het beekje
worden onzichtbaar

Ingrid de Vos-Hommel,  januari 2016