101_6050 - kopie

Opa’s bankje

Niemand hoort
het kraken en zagen,
het zwoegen van metalen tanden,
hoofd op hol hout.

In de lucht kleine deeltjes,
springende splinters,
molm als verroeste waterstroompjes
in hoopjes
op niemandsland.

De zoetige houten lucht,
vermengd met zout
en oude trui.

Ruw gestreken palen
als benen in de aarde
dragen de stroeve stam,
geklonken zetel,
geslonken plak.

De tijd kwijnt in het lange gras
waar de narcis nog staat,
gevallen takken waken
bij het krieken,
iedere dag.

Een stem zegt dat ik plaats mag nemen.

Marieke Zijlstra, maart 2016

Verkoeling

onder zwaar-hangende takken
door hitte en voldragen oogst.
Het doet me denken
aan de hete zomers toen ík droeg,
zwaar en hangend bij het aanrecht.
Verderop zie ik de ranken
met vruchten die nog rijpen,
zij hebben geen probleem
met de verzengende hitte.
Fier staan ze,
groen in blad,
boven de verdorde zoden.
Aan de horizon draaien de turbines
hoog boven het landschap
als enorme ventilatoren.
Een verfrissend windje
waait tot onder onze beukenboom.

Marieke Zijlstra-Derksen, augustus 2018

De Atheïst

De Atheïst weet nog niet goed
waarom hij iets geloven moet.

Belooft men bergen, puur van goud,
dan gaat dat meestal ergens fout.

De toekomst blijft dus ongewis
omdat het nooit echt zeker is.

En zo blijft hij met vragen staan
die echt wel ergens over gaan.

En ‘ergens’ is dus ook zo’n woord
waar hij zich gruwelijk aan stoort.

Net als ‘waarschijnlijk’, ‘eens’ en ‘ooit ‘,
hij hoort veel liever ‘nu’ of ‘nooit’.

Dus daarom blijft hij Atheïst,
onzekerheden uitgewist!

Marieke Zijlstra-Derksen, oktober 2018

Slakken

Slepend slijk
van slijmerige slakken
doen me gruwen
afschuwelijk
slepend slijk.

Over pas geboende tafels,
over glad gezeemde ramen,
over sappig zoete vruchten,
over gaafgroene blaad’ ren.

Slepend slijk
van slijmerige slakken
vernielende sporen
verstoren

Geboren groen;
tot gatenblad geworden,
tot uitgezogen zielen,
tot kaalgevroten voedsel,
tot krak getrapt kalk.

Marieke Zijlstra-Derksen, september 2015

Zwart

Je hoort erbij,
bent één van hen,
en zij verwachten iets van jou,
ze staan pal achter je.
Maar jij bent nu aan zet
en weet wat je moet doen.
Geef jezelf helemaal,
je hoort erbij,
bent één van hen.

Traditie,
terwijl jij wilt veranderen.
Verplichting,
terwijl jij vrijheid wilt.

Je bent om,
eindelijk jezelf.
Zij verwachten dit niet gauw,
laten je prompt liggen.
Niet langer meer een pet,
je loopt niet langer mee.
Staat er niet meer achter,
je bent om
en eindelijk jezelf.

 zwart

Marieke Zijlstra-Derksen, april 2015

Sprookjeshuwelijk

Lang geleden was er eens een sprookje
dat de mensen vertelde van een prins.
Hij was zeer ongelukkig en dat rook je,
want hij trouwde een heks en zij waste niks.

Zij liet hem stokoude spoken sprokkelen,
gaf hem water met woordvenijn,
tot hij ging stamelen en ook stotterde,
de prins had ze allemaal niet meer op rij.

Op een kwade dag zag hij een schone schijnprinses,
zij kuste het venijn eruit, stopte ’t in een vergetelfles.
Ze waren heel gelukkig, maar helaas niet zo erg lang.

De heks verbrak de zwoelte, vloekte luid en met succes,
ze zijn zich doodgeschrokken, deze prins en zijn prinses,
Het sprookjeshuwelijk eindigt in een droeve zwanenzang.

Marieke Zijlstra-Derksen, april 2015

Missen

Gemis is als mist
in een uitgestrekt dal;
het hangt om je heen,
maakt je eenzaam en droevig.

Gemis is als stilte
na hevige woorden;
knijpt langzaam je keel dicht
en maakt je haast gek.

Gemis is als is er
een eindeloos pad,
met duizenden wilgen
die treuren en hangen.

Verlangen naar iets
wat misschien nooit meer komt,
hoop die van binnenuit
langzaam verstomt,
herinneringen drijven voorbij,
voorbij mij

Op hoogtijdagen
schijnt de zon,
verdwijnt de mist
en kunnen we praten,
lopen we samen
ons eindeloos pad …

Marieke Zijlstra-Derksen, oktober 2013

Steenarend

Zijn roep weergalmt in oneindige leegte,
in hogere sferen gevederde ziel.
Mijn hart reikt omhoog en benijdt zijn zweven;
cirkels in blauw, vrij vierend plezier.
Spelend met wind,
Zwevend op warmte,
ronde na ronde
op vleugels zo machtig.
Zijn roep weergalmt in oneindige leegte,
sterft weg in de gapende horizon.

Marieke Zijlstra-Derksen,  juli 2013, Gernrode