25-10-2020

De workshop.

In aanloop naar een Poetry Slam wedstrijd in Almelo organiseert Ellen Deckwitz enkele jaren geleden een workshop voor potentiële strijders.
Het is een bijzondere belevenis om met een groep van twaalf dichters aan de slag te zijn. Het tempo ligt hoog. Binnen twintig minuten moeten we klaar zijn met het maken van een gedicht over een onderwerp uit de zaal waarin de workshop plaats vindt. Ten minste moet er dan een geraamte voor een gedicht voorgelezen worden dat we later kunnen verfijnen. Ellen zegt: “Je kunt een gedicht over alles maken, zelfs als je in een bushalte staat zijn er genoeg mogelijkheden om over te schrijven.”

De onderwerpen zijn zichtbaar terwijl het werkstuk voorgedragen wordt. Ze variëren van een kroonluchter tot de biertap en het nostalgische persje op tafel. Ik voel de spanning in mezelf als ik iets over de spotjes aan het plafond voorlees. Ik wilde een sfeer van dreiging oproepen en dat lukte me niet helemaal. Maar de aanzet is gegeven om in de dagen die nog tot de wedstrijd resten mijn gedicht ‘in de kroeg’ te maken. Ik kon zelfs nog een lichte toon in het geheel brengen waar ik in het begin helemaal niet aan gedacht had.

Ik ben tevreden met het resultaat.

Ingrid, oktober 2020

———————————————————————————————————————-

19-10-2020

Hulst

Wat zal ik voor ons nieuwe Dichters Blog schrijven.
Die gedachte neem ik mee op mijn maandagochtendwandeling.
Waar schrijf je over. Hoe kom je aan een onderwerp.
Dat is ook altijd het meest lastige bij het maken van een gedicht. Er kan een gebeurtenis zijn die je aanspreekt, soms komt er spontaan iets omhoog ploppen. Maar meestal is het zoeken. Een nieuwsbericht kan dan helpen of een foto.
Misschien moet ik dát vanmorgen doen, foto’s maken. Dat kan, want vandaag heb ik, wat ik normaal niet doe, mijn mobiel meegenomen.
Misschien kan ik iets doen met hulst, die is nu op z’n mooist met al die besjes. En het doet me onmiddellijk denken aan vroeger. Wij maakten een hut in zo’n hulststruik. Altijd lastig om daarin te komen met al die stekels, maar een prima plek, die ook in de winter beschutting bleef geven.
Daar kan ik wel iets mee. Op mijn route kom ik langs hulst, dus dat komt goed uit.
Ik vervolg mijn weg over de Es en doe er vandaag iets langer over, want het is een prachtige morgen. Het licht komt voorzichtig door de mist kijken en ik zie heel veel beelden die ik vast móet leggen. Landschappen, uitgebloeide bloemen of juist dappere bloemen die nog staan, spinrag op vreemde maar fotogenieke plekken, een dalende reiger die net te snel is.
Uiteindelijk kom ik ook bij mijn hulst, een flinke struik aan de rand van het wandelpad.
Hoezeer ik ook probeer het goede shot te vinden, ik zie het niet, van geen kant!
Nou ja, laat maar zitten. Ik heb genoeg mooie plaatjes gemaakt vanmorgen.

En zo gaat dat nu ook vaak bij het maken van een gedicht. Je hebt iets in gedachten en je komt op heel andere plekken uit. Daar hou ik van 

Marieke

———————————————————————————————————————-

19-10-2020

Hoe schrijf je een gedicht?

Dat is een vraag die mij al enkele keren gesteld is. Ik heb er geen algemeen antwoord op omdat bijna iedere keer de aanloop naar een gedicht anders is.
Het kan een zin zijn die iemand uitspreekt en die mij tot nadenken aanzet. Of een melodie. Of een foto. Of een boek of krantenartikel dat ik lees. Een ervaring op een reis. Een herinnering.
Ook dromen zijn bij mij vaak aanleiding voor een gedicht.

Het kan ook een opdracht zijn met een bepaald thema. Zo is mijn gedicht ‘erfgoed’ ontstaan.
De opdracht kwam van de bieb in Hengelo. Erfgoed. Ik had nog nooit dieper over die term nagedacht en zeker niet in betrekking tot mezelf.
Hans Hoes legde in het schrijverscafé uit dat het woord uit twee delen bestaat. En dat we materieel en immaterieel erfgoed kunnen onderscheiden.
Ik schreef enkele trefwoorden op. Legde een schrijfblok en pen naast mijn bed. Toen ik wakker werd waren er nieuwe woorden en een idee dat ik kon uitwerken.

Een andere keer kan het lang duren voordat een gedicht ontstaat en verwerp ik beelden die ik aanvankelijk onmisbaar vond. Toch blijven de gedachten in je hoofd rondgaan en ineens zijn er de passende woorden. Die dragen zich vanzelf aan. Ik de beginfase weet ik ook dat ik een woord ga vervangen door een woord dat beter de lading dekt. Soms zelfs een hele zin.

Tijdens het schrijven lees ik mijn tekst hardop en voel daardoor het ritme. Het moet lopen en niet ergens haken.

Ik heb geen recept om een gedicht te schrijven. Wel is het fijn om heel veel ingrediënten bij de hand te hebben.

Ingrid de Vos

———————————————————————————————————————-

16-10-2020

Een reactie op onderstaand gedicht.

Schemering

Terwijl de schemering
de dag zachtjes doorschuift
naar de avond
en de vogels
hun laatste vlucht maken
naar hun slaapplaats
schenkt de tijd ons ruimte
voor een mijmering.

Langzaam wegzinkend
in de jaren
die druppend versmelten
als een glijdende gletsjer
waarin herinneringen
gelijk fossielen
worden blootgelegd.

In het reeds donker
van de avond
zwem ik in een zee van weemoed
verlangend naar dat
wat nooit meer is
wat nooit meer komt
wat nooit meer wordt
maar wat ik oh zo mis.

Nadat ik dit gedicht heb voorgedragen, vraagt een mevrouw in de zaal: ‘Wilt u het gedicht nog een keer voorlezen.
Graag voldoe ik aan haar wens.’
Als het gedicht uitgelezen is pinkt de mevrouw een traantje weg.
Na afloop komt ze naar me toe en vraagt of ze het gedicht mag hebben.
‘Ja, ziet u,’ zegt ze tegen mij, ‘Mijn man is vorig jaar overleden en uw gedicht verwoorden precies mijn gedachten’.

Gedichten maken en voordragen is zo mooi en soms heel troostend.

Jans Renken