Koek.

Ik ben dol op koek
op Deventerkoek
op Groningerkoek
op ontbijtkoek
en ik wil niet overdrijven
ben ook gek op Oude Wijven.

Er is echter één koek
waar ik niet van hou
en dat is Lulkoek
Lulkoek is vies en smerig
van Lulkoek ga ik schuimen
Lulkoek is niet te pruimen.

Wie Lulkoek uitdeelt
is niet van deze wereld
kletst uit zijn nek
heeft niets te zeggen
ze moesten hem voor altijd
het zwijgen opleggen
en trakteren op billenkoek.

Alhoewel er zijn lieden
die smullen van billenkoek
u zult het niet geloven
en dat hoeft ook niet
zeg maar gewoon ‘ja koekoek’
dat is ordinaire kletskoek.

Jans Renken, september 2021

Ochtendgloren.

In de ochtendkrieken
staan halve koeien
in de lage nevel.
Nog even
en dan zal de zon
haar stralen uitdelen.

De boer start zijn trekker
ergens blaft een hond
ganzen staan klaar
om de dag te beginnen.

Een licht briesje
blaast haar zucht over de velden
de zon begint te trakteren.

De nevel houdt het voor gezien.

Jans Renken, september 2021

IJsvloer

In de zwartheldere nacht
bepeinst de maan het zwerk
en werpt zijn licht
achteloos op de rivier.

De tintelende winterkou
maakt ochtendmist en bevroren dauw
en dikt de ijsvloer.

Een rilling gaat over mijn rug
Ik zit aan de oever en huiver
mijn lichaam is bevroren
gedachteloos staar ik voor me uit
de stilte is mijn metgezel.

In mijn hoofd is kilte
Angst en eenzaamheid
maken me kwetsbaar en onzeker.

Ver weg luidt de kerkklok
ze werpt me terug in de tijd
Ik sta op
en sleep me door de nacht.

Het sneeuwwitte winterlandschap
strekt zich voor me uit
ze lonkt met haar wade.

Maar vannacht is niet de nacht.

Het ijs is te dik.

Jans Renken, januari 2021

Gemoed

Koude rillingen
krijg ik van
alle complot roepers
en krompraters

Ik verhef me
en stijg rustig op
met een glimlach boven
het moeras van
alle zwartdenkers en galspugers

In alle rust
vaar ik verder
op mijn eigen gemoed

Jans Renken, januari 2021

Op naar het licht

IJzige gezichten
Staren met lange adem
In het vuur
De dag donker en grijs
Doorleven ze als andere dagen
Van dag tot dag

Vanbuiten lijkt het zo
Bevroren en somber
Vanbinnen zijn ze blij
Met warmte in hun hart
Aanstonds geeft de leider het teken
Een teken voor dans en zang
Het verdringt hun zorgen

De langste nacht is voorbij
Ze kennen de betekenis
Van de cirkel van het leven

Vanuit de duisternis
Doemt de leider op
Met geheven armen
Valt hij in gezang
Er is weer hoop en zicht

Zicht op het licht

Jans Renken, december 2020

En dan nog even dit

Er is geen schuldige
Niemand kan er iets aan doen
Je kunt demonstreren
Je kunt de regels negeren
Je kunt roepen en schreeuwen
Je kunt de overheid onder controle krijgen
Maar ondertussen is het er wel

Ik doe gewoon wat ik moet doen
Ook al vind ik dat niet fijn
Ik durf het hardop te zeggen
Laten we met z’n allen voorzichtig zijn.

Jans Renken, december 2020

Korenveld met kraaien

Een lucht zo turbulent
Zo beweeglijk
Zo dreigend donker van toon
Het koren zwiept en golft
Alsof het de wind wil bewijzen
Dat het wild is
Te wild voor een zwerm kraaien
Ze laten het koren onberoerd
Hun vlucht is droefgeestig en doelloos

Reddeloos loopt de weg dood
Zal de einder nooit bereiken
Geen spoor van iets menselijks
Alleen kale karrensporen
Diep in het zand
De verte lijkt blind
Door een verdwenen horizon
De stemming is onheilspellend
Meer zwaarmoedig
Er is een zekere wanhoop
Een dreiging
Gelijk het krassen van de kraaien

De voorbode van de dood?
Spreekt hier de radeloosheid?

Vincent waren dit je laatste streken?
Was dit je laatste boodschap?
Heb je de laatste plek gevonden
Voor je laatste adem?

Of was het gewoon balorigheid
Gewoon een streek
De nieuwe weg
naar verandering
die jij in durfde te slaan
Wist je niet dat je einde kwam?
Dat de waanzin zou toeslaan?

Ook wij zullen het nooit weten.

Jans Renken, oktober 2019

Stormachtig gedicht

het stormt in mijn kop
woorden worden voortgestuwd
door hevige windvlagen
woorden die mijn gedachten teisteren
zich proberen vast te zetten in mijn brein
om zich nooit meer los te laten

met wervelwinden probeer ik ze te verjagen
maar ze nestelen zich in het oog van de orkaan
daar vinden ze rust
daar is geborgenheid
alle tijd en ruimte
om zich te verenigen tot zinnen
mooie regels voor poëzie

met en krachtige zucht
laat ik ze via mijn hand
wegvloeien op papier
de storm in mijn kop
gaat uiteindelijk liggen
en overziet de schade
dat het heeft aangericht

tot mijn ontzetting
zie ik strofes
van chaos
rommel
brandhout
de woorden liggen gekromd
en lamgeslagen
in een gedicht

Jans Renken, oktober 2019

Gedicht geschreven ter gelegenheid van de Nacht van de Nacht
en voorgedragen in het Prins Bernhardplansoen te Hengelo in de Nacht 

De Nacht

De nacht is een feest
Een stil feest
De nacht is zacht
Geheimzinnig
Spannend
Angstaanjagend
Maar vooral uitdagend

In de nacht ruikt het anders
Zijn er dingen te zien
Die het daglicht niet verdragen
Je hoort vreemde geluiden
Als je goed en aandachtig luistert
Hoor je liedjes
Ritmes
Nacht melodieën

De nacht speelt met zachte winden
Die wolken laat verdampen
En ons de sterren laat zien
Doet oude bomen ruisen
Nieuwe beken klateren
Laat de katten muizen.

De nacht opent gevoelens
Daagt de liefde uit
Doet de tranen smelten
En laat de liefde bloeien
Tot onstuimige genoegens
Lange liefde
Liefde tot de eerste zonnestraal

Ik omarm de nacht
Met al z’n nukken
Met al z’n hartstocht
Met al z’n humor
Want zo is de nacht
Zo ongrijpbaar
Zo ongenaakbaar
De nacht viert zijn eigen feest
Een groot feest

Jans Renken, oktober 2019

Feestgedicht bij het eerste lustrum van het Dichterscollectief Niet Zwichten maar Dichten

Het is feest

Kom tover een glimlach op je lippen
En laat je ogen stralen
Laat je vingers eens lekker knippen
Sta daar nu niet zo te dralen

Kom pak die loftrompet
En zet een feestelijk deuntje in
Brul mee met elk couplet
Maak het iedereen naar zijn zin

Blaas op je toeter van papier
Zwaai met je vaandel heen en weer
Gooi de zaal vol met plezier
Want het is feest vandaag, ga tekeer

Bejubel de dichters van het prille begin
Overdonder ze met applaus
Prijs ze voor mijn part de hemel in
Overgiet ze met een feestelijke saus

De eerste vijf jaren zitten erop
We genoten met volle teugen
En we gaan door in volle galop
Daarop kunnen we ons op verheugen

Bedankt voor het luisteren van onze gedichten
Het doet ons altijd veel deugd
Kijkend naar jullie genietende gezichten
Het was voor ons een dolle vreugd

Jans Renken, september 2019